Ik heb er waardering voor dat college probeert de dure en complexe opgave van herstructurering, renovatie en nieuwbouw inhoudelijk te lijf te gaan en tot een verantwoorde Woonvisie te komen, terwijl gemeente en Mercatus geen cent te makken hebben. Maar juist omdat het zo complex is, vind ik het nodig in te gaan op wat de belangrijkste bron van de Contourennota genoemd wordt: het Woningmarktonderzoek.
Ik heb goed geluisterd naar wat de wethouder in commissie heeft verteld over de totstandkoming van de contourennota en in die zin is de visie zoals het college bezig is die te ontwikkelen begrijpelijk.
Alleen roept de optelsom van pijlers onder de visie bij mij vragen op. Het Woningmarktonderzoek is op zichzelf weer een verzameling van uitkomsten van verschillende onderzoeken, zoals bijvoorbeeld het gemeentelijk prognosemodel en het woonwensenonderzoek. De systematiek achter het Woonwensenonderzoek wordt uitgebreid verklaard en bij die systematiek en dus bij de uitkomsten van het Woonwensenonderzoek zijn grote vraagtekens te zetten. Van het gemeentelijk prognosemodel is niet duidelijk wat de begin- en randvoorwaarden zijn waarvan het model uit gaat. Daarnaast zijn de gebruikte waarden afgerond op honderdtallen en vraag je je af hoe deze afrondingen doorwerken in de resultaten. Dus hoewel het Woningmarktonderzoek bol staat van de grafieken en tabellen lijkt me dat van het standpunt van college dat de wethouder verwoordde als : “we benaderen het vanuit hetgeen we wéten”, de mate van weten ernstig overschat wordt.
Als een prognose weten was had college de koers uit vorige raadsperiode niet hoeven bijstellen. Een ingevulde Woonwensen enquête levert in het geheel geen feitelijk weten op en dus ook niet de interpretatie van die invullingen. Ik kan binnen een enquête maar raak wensen en fantaseren over wat ik zou doen op woongebied als ik de loterij won. De kans dat ik de loterij win is heel klein, zeker als je nooit meedoet, dus ook is de kans klein dat ik mijn wensen ga verwerkelijken.
Als ik dan na bestudering van het Woonmarktonderzoek, de wethouder in commissie hoor spreken in termen van: ‘demografische ontwikkeling’; ‘statistische correcties’; ‘vertaling van woonwensenonderzoek’; ‘dezelfde input als sociaal economische visie’; ‘getallen behoeven verfijning, maar de tendens is duidelijk’; ‘een tendens verandert niet, maar er zitten marges in’ en dit alles geldt als: ‘de feitelijke achtergrond van waaruit je dit moet benaderen’ en ik lees in de nota dat college geen beleid wil op basis van ad hoc besluiten, maar anderzijds hoor ik ook dat er ‘flexibiliteit nodig is in de prestatieafspraken met Mercatus’, tja dat denk ik, ok: integraal, niet ad hoc, maar wel flexibel, nou dan heb je wel alles te pakken en valt dus iedere beleidswijziging in de toekomst bij voorbaat te verklaren.
Daarom heb ik er behoefte aan dat in de Woonvisie van september beleidskeuzes stuk voor stuk te herleiden zijn tot de feitelijkheden en het weten waar college zich op zegt te baseren. Zodat voor de raad te controleren is of er consistentie zit in de beleidsvorming en de uitvoering daarvan. En om die reden wil ik zelf nog, ruim voor september, aandachtspunten voor college op papier te zetten die dan bedoelen ertoe bij te dragen dat beleid komende jaren goed navolgbaar blijft.
Want college zal toch niet de verdenking op zich willen laden dat er om uitvoering van het ene project te legitimeren een database statistieken wordt opengetrokken waaruit blijkt dat de bevolking groeit en er dús reden is voor toevoeging van een groot winkelarsenaal en dat op een ander moment modellen en onderzoeken laten zien dat er géén groei is, maar wél behoefte aan wonen in een landhuizenenclave. En het college zal ook niet de verdenking op zich willen laden onderzoeken zodanig op te zetten dat ze gewenste uitkomsten genereren.
Tot slot nog iets dat niet expliciet genoemd wordt i.v.m. de kwaliteit van wonen in Noordoostpolder en wat ik graag terug zou zien in de Woonvisie en dat is dat de woningen als architectuur oorspronkelijk zo heerlijk gewóón zijn. De architectuur in Nagele werd ontworpen als bijzonder en de rest als zéér gewoon. Met gewone eenvoudige sobere architectuur is niks mis en in Noordoostpolder is het een bedoelde karakteristiek waarvan de kwaliteit bewaard is gebleven. Ogenschijnlijk is Noordoostpolder identiteitloos, maar identiteitloos is een karakteristiek die als zodanig kwaliteit kan hebben. Dus op die plekken in Emmeloord die genoemd worden waar op termijn gesloopt gaat worden en college ‘iets bijzonders’ wil qua architectuur, daarvan zeg ik als het gaat om de flats aan de Lange Nering Oost, dus De Boei en De Tros en zo: doe daar iets bijzonders door er weer gewóón flats met sociale huurwoningen neer te zetten en maak in de architectuur het gewone bijzonder. Ook ideeën hierover zal ik het college nog voor september doen toekomen, wellicht ter inspiratie.
Voorzitter, de Vrije Poldermensen, of liever gezegd, het Vrije Poldermens, stemt in met het raadsvoorstel bij de Contourennota, behalve met punt 2 en daarover wil ik voor de stemming een stemverklaring geven.